6 vragen aan Hiske Jaspers
Even kort voorstellen: Wie ben je en waar werk je? Wat is je functie?
Mijn naam is Hiske Jaspers en ik werk sinds 2015 bij Veilig Thuis Gelderland Zuid, waar ik werkzaam ben binnen de Front Office. In deze functie adviseer ik zowel burgers als professionals over vermoedens van huiselijk geweld en mishandeling. Daarnaast ben ik de afgelopen jaren projectleider ouderenmishandeling geweest voor de regio. Binnen dit project heb ik samen met gemeenten en ketenpartners gekeken wat we gezamenlijk kunnen betekenen in de aanpak van ouderenmishandeling, onder andere door het opzetten van lokale allianties, het verzorgen van trainingen voor professionals en het meedenken op beleidsniveau.
Ook kunnen sommige mensen mij nog kennen als voormalig Voorzitter van het Landelijke Platform Bestrijding Ouderenmishandeling (LPBO). Met veel liefde en passie heb ik mij jaren hier op landelijk niveau ingezet voor dit thema.
1.Wat maakt het werken met ouderen voor jou zo boeiend / speciaal
Vanuit Veilig Thuis bekeken is ouderen een doelgroep die relatief minder zichtbaar is dan andere doelgroepen. De maatschappelijke en professionele focus ligt vaak sterk op kinderen, maar daardoor dreigt ouderenmishandeling onderbelicht te blijven. Juist dat maakt dat ik het belangrijk vind om voor deze groep op te komen. Ouderenmishandeling is bovendien vaak complex van aard. Er spelen regelmatig meerdere factoren tegelijk, zoals afhankelijkheid, dementie, loyaliteit naar de pleger en schaamte. Dat vraagt om maatwerk en soms om een creatieve aanpak binnen de bestaande kaders. Het is juist die complexiteit, gecombineerd met het werken aan veiligheid en waardigheid, die het werk met ouderen voor mij bijzonder en inhoudelijk uitdagend maakt.
2.Wat is het schrijnendste wat je ooit hebt meegemaakt met deze doelgroep?
Een van de meest schrijnende situaties die mij is bijgebleven, betrof een dementerende oudere vrouw die letterlijk van boven tot onder, onder de blauwe plekken zat. Samen met een forensisch arts is mevrouw bekeken en is geconcludeerd dat het o.a. ging om aangebracht letsel.
Wat deze situatie extra aangrijpend maakte, was de kwetsbaarheid van de vrouw en haar beperkte vermogen om zelf te vertellen wat haar was overkomen. We hebben als Veilig Thuis aangifte gedaan alleen is uiteindelijk niemand opgepakt, omdat er niet genoeg bewijs was wie dit zou hebben toegebracht. Het doel is natuurlijk dat mevrouw uiteindelijk veilig is, maar uiteindelijk wil je ook gerechtigheid voor wat is aangebracht en eigenlijk ook duidelijk maken waar de grenzen liggen en dit een halt toeroepen.
3.Welk succes heb je gehad in de aanpak van ouderenmishandeling (casus en/of beleidsniveau)
Hoewel we op het gebied van ouderenmishandeling nog een lange weg te gaan hebben, zie ik samenwerking als een van de belangrijkste successen. Ouderenmishandeling kan alleen effectief worden aangepakt als organisaties elkaar weten te vinden en hun verantwoordelijkheid nemen.
Een concreet voorbeeld waar ik trots op ben, is de verandering die we samen met banken hebben weten te realiseren. Door met hen in gesprek te gaan over hun verantwoordelijkheid en hun rol als het gaat over het opsporen van ouderenmishandeling. Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid dat zij als vereniging hebben besloten dat zij ook zonder toestemming van de cliënt mogen melden bij Veilig Thuis wanneer er duidelijke signalen zijn van ouderenmishandeling. Dit is een belangrijke stap in het eerder signaleren en stoppen van financiële en andere vormen van mishandeling.
Daarnaast hebben we in een gemeente binnen onze regio stevig ingezet op structurele borging in beleid. Zo hebben we bereikt dat in de aanbesteding voor huishoudelijke hulp de verplichting is opgenomen om een aandachtsfunctionaris ouderenmishandeling aan te stellen. Dit was een bewuste en belangrijke keuze. Huishoudelijke hulpen komen vaak letterlijk achter de voordeur en zien veel, maar vallen niet onder de meldcode. Daardoor worden signalen soms wel gezien, maar blijven vervolgstappen uit, simpelweg omdat men niet weet wat er mogelijk is. Met een verplichte aandachtsfunctionaris ontstaat er binnen deze organisaties een duidelijke route, expertise en steun om wél stappen te zetten.
Wat voor mij misschien wel het belangrijkste succes is dat elk resultaat, groot of klein, doet ertoe. Iedere verbetering in samenwerking, signalering of bewustwording is een stap vooruit voor dit thema. En juist die opeenstapeling van kleine én grotere successen maakt uiteindelijk het verschil voor ouderen die hiermee te maken hebben.
4.Welk thema binnen OM heeft jouw grootste interesse en waarom?
Binnen ouderenmishandeling heb ik geen specifieke voorkeur voor één vorm van mishandeling. Mijn grootste interesse ligt bij de vraag hoe we de samenwerking tussen organisaties kunnen versterken en verduurzamen. Juist omdat ouderenmishandeling zo complex is en vaak meerdere domeinen raakt, geloof ik dat een goede aanpak valt of staat met hoe goed we elkaar weten te vinden en begrijpen.
Daarnaast gaat mijn interesse sterk uit naar de verdere ontwikkeling van Veilig Thuis op het thema ouderenmishandeling. Wat hebben we nodig aan kennis, structuur en visie om dit onderwerp stevig te positioneren? En hoe zorgen we ervoor dat we minder zoekend zijn en meer vanuit een gedeelde, heldere koers werken? Mijn wens is dan ook dat we over een aantal jaar binnen alle Veilig Thuis-organisaties op een vergelijkbaar niveau van expertise opereren, met duidelijke kaders en ruimte voor maatwerk. Zodat professionals weten wat zij van Veilig Thuis kunnen verwachten, maar ook de medewerkers zelf weten welke stappen/mogelijkheden er allemaal te zetten zijn binnen Veilig Thuis als het gaat om deze casuïstiek.
5.Wat is jouw grootste wens als het gaat om de aanpak van OM?
Mijn grootste wens is dat ouderenmishandeling structureel hoger op de agenda komt bij organisaties én op ministerieel niveau. De aandacht blijft vaak uitgaan naar andere thema’s zoals kindermishandeling en femicide, onderwerpen die absoluut belangrijk zijn, maar daardoor blijft ouderenmishandeling te vaak achter. Uit cijfers weten we dat ongeveer 1 op de 20 ouderen ooit te maken krijgt met een vorm van ouderenmishandeling. Met de toenemende vergrijzing is het onvermijdelijk dat dit probleem groter wordt. Tegelijkertijd is de expertise op dit onderwerp nog onvoldoende ontwikkeld. We moeten beter leren signaleren, maar ook duidelijker hebben wat organisaties van elkaar mogen en kunnen verwachten. Daarin ligt ook een duidelijke rol voor Veilig Thuis om hierin de expertise te blijven ontwikkelen.
6.Wat is een van de punten die echt verder opgepakt moet worden of verder ontwikkeld moet worden?
Een belangrijk punt dat al langere tijd speelt, is de behoefte aan een handreiking strafbare ouderenmishandeling. Deze handreiking zou moeten zorgen voor meer eenduidigheid in handelen tussen verschillende organisaties, zoals politie, Openbaar Ministerie, Veilig Thuis en de rechtspraak. Wanneer sprake is van strafbare ouderenmishandeling, is het essentieel dat alle betrokken partijen weten wat er van hen wordt verwacht en hoe zij moeten handelen. Door de neuzen dezelfde kant op te krijgen, kunnen we sneller, zorgvuldiger en effectiever optreden in situaties waarin ouderen ernstig worden benadeeld of mishandeld.